Aanpak veiligheidscoördinator

hieronder kan u een antwoord vinden op enkele belangrijke vragen, die meteen de aanpak verduidelijken van de veiligeheidscoordinator

1. Wie is verantwoordelijk voor de veiligheidscoördinatie?
De veiligheidscoördinatie is verplicht voor alle bouwwerken die door minstens twee aannemers tegelijk of achtereenvolgens worden uitgevoerd.

In principe is het de opdrachtgever die verantwoordelijk is voor de organisatie van de veiligheidscoördinatie. De opdrachtgever moet de coördinator-ontwerp en coördinator-verwezenlijking aanstellen en de verplichtingen vervullen die eruit voortvloeien, zoals de verplichting om toezicht te houden op de werkzaamheden van de coördinatoren en om ervoor te zorgen dat de verschillende partijen hun medewerking verlenen.
De coördinatie gebeurt door een coördinator-ontwerp tijdens de ontwerpfase van het bouwproject en door een coördinator-verwezenlijking tijdens de uitvoering van de werken op de bouwplaats. De coördinatieopdracht tijdens de beide fasen mag door dezelfde persoon worden vervuld, voor zover hij voldoet aan alle voorwaarden inzake basisdiploma, beroepservaring en bijkomende opleiding. In het geval er werken worden uitgevoerd op eenzelfde plaats voor rekening van verschillende opdrachtgevers, moeten deze opdrachtgevers samen één coördinator-ontwerp en één coördinator-verwezenlijking aanstellen.
De particuliere opdrachtgever daarentegen wordt vrijgesteld van alle verplichtingen met betrekking tot de coördinatie op voorwaarde dat de werken die hij laat uitvoeren niet bestemd zijn voor professioneel of commercieel gebruik.
De aanstelling van de coördinatoren en de andere verplichtingen worden in dat geval overgedragen aan één van de bouwdirecties, in deze volgorde:

· diegene die belast is met het ontwerp voor rekening van de particulier (dus de architect);
· bij gebrek aan een architect, en voor zover de particulier het ontwerp of het toezicht op de verwezenlijking van de werken niet aan een derde persoon heeft toevertrouwd, diegene die belast is met de uitvoering van de werken voor rekening van de opdrachtgever, dus in de meeste gevallen één van de aannemers die de werken uitvoeren. Het KB preciseert nochtans de situatie van de aannemers ten aanzien van de aanstellingsverplichting wanneer de particulier een overeenkomst sluit met “meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering” (afzonderlijke loten). In dat geval rust de aanstellingsverplichting op de EERSTE aannemer die met de particulier een overeenkomst sluit. Deze eerste aannemer is niet alleen verantwoordelijk voor het verloop van de coördinatie: de andere aannemers zijn immers verplicht om tijdens de totstandkoming van het bouwwerk toezicht te houden op het verloop van de coördinatie.

De bouwdirectie belast met het ontwerp mag de uitwerking van het project niet aanvatten of verder zetten, zolang de coördinator-ontwerp niet is aangesteld.

De aannemers mogen de werken slechts aanvatten of verder zetten, na de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking.

2. Op welke werken is het besluit al dan niet van toepassing?
Het KB is van toepassing op de bouwplaatsen waar de volgende werken worden uitgevoerd:

graafwerken, grondwerken, funderings- en verstevigingswerken, waterbouwkundige werken, wegenwerken, plaatsing van nutsleidingen (riolen, gasleidingen, elektriciteitskabels) en tussenkomsten op deze leidingen voorafgegaan door andere werken), bouwwerken, (de)montage van geprefabriceerde elementen, inrichtings- en uitrustingswerken, verbouwingswerken, vernieuwbouw, herstellingswerken, ontmantelingswerken, sloopwerken, instandhoudingswerken, onderhouds-, schilder- en reinigingswerken, saneringswerken, afwerkingswerkzaamheden, behorende bij een of meer hoger vermelde werken.

Het besluit is NIET van toepassing op:
- de boor- en winningswerkzaamheden in de winningsindustrieën;
- de montage van installaties (productie-, transformatie-, transport- en behandelingsinstallaties) en tussenkomsten op deze installaties, met uitzondering van de werken die betrekking hebben op de nutsleidingen, de funderingen, de metsel- en betonwerken en de dragende structuren;
- de werken die door één enkele aannemer worden uitgevoerd in een inrichting waar de opdrachtgever werknemers tewerkstelt (dit wordt dan beschouwd als “werken met derden”). Vb. een aannemer voert verbouwingswerken uit in een magazijn.

Samengevat: vanaf het ogenblik dat er twee of meer aannemers tegelijkertijd of achtereenvolgens werken uitvoeren op de bouwplaats, is de veiligheidscoördinatie tijdens de ontwerp- en verwezenlijkingsfase verplicht.

3. Hoe verloopt de aanstellingsprocedure van de coördinator?
De persoon die belast is met de aanstelling, moet met de coördinator een schriftelijke overeenkomst sluiten. Deze overeenkomst wordt vervangen door het opstellen van een document wanneer de functie van coördinator wordt uitgeoefend door een personeelslid van de persoon die met de aanstelling is belast.

De coördinator-ontwerp moet tijdens de studiefase van het ontwerp worden aangesteld. De coördinator-verwezenlijking moet aangesteld worden vóór het begin van de uitvoering van de werken.

Indien de werken worden uitgevoerd voor rekening van een particulier (privé-gebruik), moet de overeenkomst tussen de persoon die belast is met de aanstelling en de coördinator een beding bevatten waarin staat dat het honorarium van de coördinator wordt betaald door de particulier. De particulier moet het beding mee ondertekenen.

Indien de bouwdirectie die belast is met de aanstelling, zelf de functie van coördinator uitoefent voor werken voor rekening van een particulier, moet de aanstellingsovereenkomst vanzelfsprekend niet worden gesloten, maar wordt ze vervangen door een beding in de architectenovereenkomst met de particulier, waarin wordt gepreciseerd dat de architect of de aannemer eveneens als coördinator fungeert.

De opdrachtgever mag vanzelfsprekend een beroep doen op een kandidaat-coördinator door een specifiek bestek te publiceren voor de toekenning van de dienstenopdracht. De regelgeving preciseert bovendien dat de oproep tot de kandidaten kan gebeuren via het bestek voor de opdracht van werken, op voorwaarde dat de coördinatieopdracht in een afzonderlijke post van het bestek wordt beschreven.

4. Welke zijn de concrete verplichtingen van de aannemer?
a) In de offerte moet de aannemer een afzonderlijke prijsberekening voegen i.v.m. de in het veiligheids- en gezondheidsplan bepaalde collectieve preventiemaatregelen en –middelen, alsmede de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen en –middelen. Ook moet hij bij de offerte een document voegen waarin hij beschrijft op welke wijze hij het bouwwerk zal uitvoeren om rekening te houden met het veiligheids- en gezondheidsplan.

Deze bepalingen zijn nieuw en men is dan ook nog niet gewoon deze documenten standaard aan de offerte toe te voegen. De bedoeling van dit artikel is echter de aannemers duidelijk te wijzen op de maatregelen die moeten worden genomen en hen de prijs hiervan in rekening te laten brengen.

Er wordt niet bepaald dat in de prijsopgave de kostprijs van de veiligheidsmaatregelen een aparte post moeten vormen. Er wordt enkel gevraagd dat er een afzonderlijke prijsberekening wordt bijgevoegd zodat de overheid kan nagaan of de aannemer zich wel degelijk bewust is van de kostprijs van deze maatregelen. Wanneer er geen aparte post wordt voorzien voor deze maatregelen moet de kostprijs ervan worden verspreid over alle andere posten.

Wat gebeurt er nu met deze bijgevoegde documenten?

Art. 11, 4° van het KB bepaalt dat de veiligheidscoördinator-ontwerp het document dat de aannemer heeft bijgevoegd bij zijn offerte, dat verwijst naar het veiligheids- en gezondheidsplan en waarin hij beschrijft op welke wijze hij het bouwwerk zal uitvoeren om rekening te houden met dit veiligheids- en gezondheidsplan, bekijkt en de opdrachtgever hierover adviseert. Zo stelt hij de opdrachtgever desgevallend in kennis wanneer dit niet overeenstemt met het veiligheids- en gezondheidsplan. De prijsberekening dient niet te worden nagezien door de coördinator.

Wat wanneer deze beide documenten niet werden gevoegd bij de offerte?

Er moet hier uiteraard een onderscheid worden gemaakt tussen de overheidsopdrachten en de privaatrechtelijke aannemingscontracten. Wanneer dit document bij privaatrechtelijke aannemingscontracten niet werd bijgevoegd heeft de opdrachtgever steeds de mogelijkheid de aannemer te vragen de ontbrekende documenten bij te voegen.

Bij overheidsopdrachten ligt dit een stuk moeilijker omdat hier ook de regels van de wetgeving op de overheidsopdrachten spelen. De overheid moet immers na de selectie van de inschrijvers de regelmatigheid van de offertes onderzoeken. Dit betekent dat de overheid nagaat of de offerte in overeenstemming is met alle wettelijke bepalingen en met deze opgelegd in het bestek. In de bestekken zal de overheid dan ook voldoende duidelijke veiligheidsbepalingen moeten opnemen, zodat wanneer de aannemer hieraan niet voldoet, de overheid de offerte als onregelmatig kan afwijzen. Een regelmatige offerte voldoet immers aan de “formele en inhoudelijke voorwaarden” die door de overheid in het bestek worden bepaald. Het “al dan niet regelmatig karakter van de offerte” zal voor veiligheid in de praktijk dan ook afhangen van de concrete besteksbepalingen.

b) De aannemer moet zelf een coördinator-verwezenlijking aanstellen in het volgende geval:

* het bouwwerk is niet bestemd voor professioneel of commercieel gebruik en de opdrachtgever is een particulier,

* en er is geen architect

* en er zijn minstens twee aannemers tegelijkertijd of achtereenvolgens op de bouwplaats actief.

Indien de particulier een overeenkomst sluit met meerdere aannemers (afzonderlijke loten) rust de aanstellingsverplichting op de eerste aannemer die met de particulier een overeenkomst sluit.

Het is mogelijk dat de opdrachtgever aan de aannemer vraagt een coördinator-uitvoering voor te stellen. Art. 16 van het KB bepaalt immers uitdrukkelijk dat de opdrachtgever aan de aannemer kan vragen een veiligheidscoördinator-uitvoering voor te stellen.

“De opdrachtgever die evenwel een oproep tot kandidaten voor de functie van coördinator-verwezenlijking doet aan de hand van een voor de opdracht van de werken opgesteld bestek, moet alle taken in verband met de coördinatieopdracht beschrijven in een afzonderlijke post van dit bestek.”

De eigenlijke overeenkomst wordt afgesloten tussen de veiligheidscoördinator-verwezenlijking en de opdrachtgever en niet met de aannemer. Het zou wel mogelijk zijn dat de betaling gebeurt via de aannemer en dit via een post van het bestek.

c) de aannemer moet in zijn contract met zijn onderaannemer(s) (ook de zelfstandigen) de volgende bedingen opnemen:

- de onderaannemer verbindt er zich toe zijn verplichtingen inzake veiligheid en gezondheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen na te leven; De hoofdaannemer heeft de verplichting hierover de nodige inlichtingen te nemen. E wordt niet bepaald in de wet hoe deze informatieverplichting moet worden ingevuld.

- indien de onderaannemer deze verplichtingen niet of gebrekkig nakomt, kan de bouwdirectie belast met de uitvoering of de aannemer zelf de nodige maatregelen inzake veiligheid en gezondheid treffen, bij de in de overeenkomst bepaalde gevallen, op kosten van de persoon die in gebreke is gebleven.

Bouwunie stelt voor de volgende modelclausule in het contract te gebruiken:

De hoofdaannemer wijst in het bijzonder op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet van 4 augustus 1996 (en haar uitvoeringsbesluiten) betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. De onderaannemer verbindt er zich toe zijn verplichtingen inzake veiligheid en gezondheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen na te leven. Indien de onderaannemer deze verplichtingen niet of gebrekkig nakomt, kan de hoofdaannemer zelf de nodige maatregelen (! Specifiek in te vullen per werf) inzake veiligheid en gezondheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen treffen op kosten van de persoon die in gebreke is gebleven en dit nadat de onderaannemer aangetekend in gebreke werd gesteld. De hoofdaannemer kan echter ook de onderaannemer weren, na hem aangetekend in gebreke te hebben gesteld, zonder dat deze recht heeft op een schadevergoeding en dit ongeacht de eventuele aanspraken van de hoofdaannemer op schadevergoeding.

Opgelet! De clausule moet duidelijk de gevallen aangeven waarin de hoofdaannemer kan optreden. Som dus telkens de veiligheidsmaatregelen op die kunnen worden genomen op kosten van de in gebreke zijnde onderaannemer.

d) De bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemer of de onderaannemer moet degenen (aannemer(s), onderaannemer(s), zelfstandigen) die de bepalingen van de welzijnswet of de uitvoeringsbesluiten niet naleven, van de bouwplaats weren.

e) De aannemer moet de voorafgaande kennisgeving van de bouwplaats doen aan de Technische inspectie. Daarnaast bestaat ook nog de meldingsplicht van de opening van de bouwplaats aan het NAVB. Het NAVB werkte één formulier uit dat dienstig is voor beide meldingen (te vinden op www.navb.be).

Tevens is een elektronische versie van het meldingsformulier beschikbaar op de portaalsite van de sociale zekerheid (www.sociale-zekerheid.be) dat dit meldingsformulier integreert met de melding aan de RSZ in het kader van de antikoppelbaasmaatregelen (art. 30bis). Op termijn moet deze elektronische melding de papieren meldingen aan NAVB, technische inspectie en RSZ vervangen.

f) In het geval de aannemer zelf opdrachtgever is (vb. sleutel-op- de-deurfirma die het afgewerkt gebouw verkoopt) moet de aannemer alle verplichtingen als opdrachtgever nakomen (hij draagt dan de verantwoordelijkheid voor de organisatie van de veiligheidscoördinatie met o.a. de aanstelling van de coördinator-ontwerp en -verwezenlijking).

g) In geval het gaat om bouwwerken met een waarde van minder dan 25.000 euro, kan de aannemer zelf als coördinator optreden, onder soepeler voorwaarden.

h) In uw aannemingscontract met de opdrachtgever doet u er goed aan volgende clausule op te nemen om u in te dekken :

“Voorzieningen opgelegd door de veiligheidscoördinator en die niet gekend waren op het ogenblik van het indienen van de offerte, zijn niet in onze offerte begrepen, tenzij anders vermeld. Deze voorzieningen zullen worden doorgerekend aan de klant.”

5. Is het KB-coördinatie ook van toepassing op de zelfstandigen?
Ook de zelfstandigen en de werkgevers die zelf een activiteit op de bouwplaatsen verrichten, moeten, in de mate dat het KB van 25.01.01 op hen van toepassing is, de voorschriften inzake het welzijn op het werk naleven op dezelfde wijze als de werkgevers ten opzichte van hun personeel.

De zelfstandigen zullen aldus niet enkel de gezondheid en de veiligheid van de andere personen op de bouwplaats moeten vrijwaren, maar ook die van henzelf. Vanaf 1 mei 2001, bijvoorbeeld mogen zij zich niet meer op een bouwplaats begeven zonder beschermingshelm of veiligheidsschoenen.

6. Welke bepalingen zijn van toepassing voor werken van minder dan 25.000 euro?
Indien de globale prijs van de werken en van de geleverde of geïnstalleerde goederen (zonder BTW) minder dan 25.000 euro bedraagt, zijn de normale voorwaarden inzake de functie van coördinator niet van toepassing indien de aannemer zelf de coördinatieopdracht uitvoert.

De aannemer moet dan wel voldoen aan enkele bijzondere voorwaarden:

a) 15 jaar beroepservaring bezitten inzake de soorten bouwwerken (die relevant zijn aan de bedoelde veiligheidscoördinatie in dit geval)

b) 5 jaar een onderneming hebben geleid die deze bouwwerken uitvoerde

c) in deze 5 jaar geen boetes, veroordelingen of stopzetting van de werken gekregen hebben, wegens inbreuken op de reglementering i.v.m. het ‘welzijn van de werknemers’.

d) een succesvolle opleiding hebben gevolgd bij een VIZO-centrum of een andere beroepsopleiding waarbij onderwerpen aan bod kwamen als: veiligheid en gezondheid op bouwwerven, uitvoeren van risico-analyses, voorschriften over het welzijn van werknemers op bouwplaatsen, de coördinatie-instrumenten (veiligheids- en gezondheidsplan, coördinatiedagboek, postinterventiedossier).

In plaats van de ondernemer kan ook een werknemer, onder bovenstaande voorwaarden, de veiligheidscoördinatie uitvoeren.

De aannemer dient bij deze werken dan ook de verplichtingen inzake coördinatie na te leven:

- het opstellen van een veiligheids- en gezondheidsplan (of een vereenvoudigd plan, indien het gaat om werken die geen verhoogde risico’s inhouden);

- het openen, bijhouden en aanvullen van het coördinatiedagboek;

- het openen, bijhouden en aanvullen van het postinterventiedossier

7. Voor welke bouwplaatsen moet de voorafgaande kennisgeving gebeuren?
Het opstarten van een tijdelijke of mobiele bouwplaats moet aan de lokale Technische inspectie gemeld worden.

De volgende bouwplaatsen moeten gemeld worden:

- elke bouwplaats waar één of meer gevaarlijke werken (art. 26 §1, zie verder) worden uitgevoerd en waarvan de totale duur van de bouwplaats vijf werkdagen overschrijdt;

- elke bouwplaats waarvan de totale omvang méér dan 500 mandagen omvat of waar er gedurende meer dan 30 werkdagen, meer dan 20 werknemers tegelijkertijd werken.

De melding moet gebeuren 15 kalenderdagen voor de aanvang van de werken.

Het formulier dat nu al gebruikt wordt om de opening van de bouwplaats te melden aan het NAVB, mag ook in het kader van deze regelgeving (melding aan de Technische inspectie) gebruikt worden. Het NAVB werkte één formulier uit dat dienstig is voor beide meldingen (te vinden op www.navb.be).

In het kader van de administratieve vereenvoudiging is een elektronische versie van het meldingsformulier beschikbaar op de portaalsite van de sociale zekerheid (www.sociale-zekerheid.be) dat dit meldingsformulier integreert met de melding aan de RSZ in het kader van de antikoppelbaasmaatregelen (art. 30bis). Op termijn moet deze elektronische melding de papieren meldingen aan NAVB, technische inspectie en RSZ vervangen.

Een kopie van de voorafgaande kennisgeving moet zichtbaar op de bouwplaats op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats worden aangeplakt, ten minste 10 kalenderdagen voor de aanvang van de werken.

In geval van onvoorziene of dringende werken, of in het geval de periode tussen de ontvangst van de opdracht en de datum van de effectieve aanvang van de werken niet toelaat de kennisgeving binnen de gestelde termijnen te verrichten, wordt de voorafgaande kennisgeving vervangen door een mededeling aan de lokale Technische inspectie, gedaan ten laatste de dag zelf van het begin van de werken via een geschikt middel (fax, e-mail,…).

Ook in dit geval dient een kopie van de mededeling op de bouwplaats te worden aangeplakt, ten laatste de dag van het begin van de werken.

De bouwdirectie belast met de uitvoering (dus meestal de aannemer) moet de voorafgaande kennisgeving doen.

Indien meerdere aannemers op de bouwplaats actief zijn, is deze verplichting ten laste van de aannemer die als eerste activiteiten uitvoert.

In het kader van de regelgeving in verband met de meldingsplicht NAVB, is het de medecontractant van de bouwheer (dus zeker de algemene aannemer) of de bouwheer (promotor) die zelf bepaalde werken uitvoert, die verantwoordelijk is voor de melding van de opening van de bouwplaats.

8. Wat wordt bedoeld met “gevaarlijke werken” of “werken met een verhoogd risico”?
De volgende werken worden als gevaarlijk of met een verhoogd risico beschouwd:

- werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan gevaren van bedelving, wegzinken of vallen, waarbij die gevaren bijzonder vergroot worden door de aard van de werkzaamheden of van de toegepaste procédés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken. Als bijzonder vergrote gevaren wordt beschouwd:

- valgevaar van 5 meter of meer,
- graven of werken aan putten van meer dan 1,2 meter diepte,
- werken in de nabijheid van drijfzand of slib,
- werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische agentia die een bijzonder risico voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden;
- elk werk met ioniserende stralingen;
- werkzaamheden in de nabijheid van elektrische hoogspanningslijnen of –kabels;
- werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan een risico op verdrinking;
- ondergrondse werken en tunnelwerken;
- werkzaamheden met duikuitrusting;
- werkzaamheden onder overdruk;
- werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt;
- werkzaamheden in verband met de montage of demontage van geprefabriceerde elementen.

9. Wat is het veiligheids- en gezondheidsplan?
Dit is het document of geheel van documenten dat de risicoanalyse en de vast te stellen preventiemaatregelen bevat ter voorkoming van de risico’s waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden.

Het bevat:

- administratieve informatie (namen en adressen van de opdrachtgever(s), bouwdirecties en aannemers, coördinator-ontwerp en -verwezenlijking);
- de risico-analyse en de preventiemaatregelen verbonden aan de werkzaamheden;
- de preventiemaatregelen die in acht moeten genomen worden ten gevolge van de wederzijdse inwerking van installaties of activiteiten die zich niet noodzakelijk op de bouwplaats bevinden (vb. het openbaar of privé-transport van goederen of personen of de uitbating van een bestaand gebouw);
- de specifieke maatregelen m.b.t. de werkzaamheden met een verhoogd risico;
- de preventiemaatregelen voor eventuele latere werkzaamheden;
- de beschrijving van het te realiseren bouwwerk vanaf het ontwerp tot de volledige verwezenlijking;
- de raming van de duur van de uitvoering van de verschillende werken of werkfasen die tegelijkertijd of na elkaar plaatsvinden.

Het veiligheids- en gezondheidsplan kan eventueel deel uitmaken van het globaal preventieplan van de opdrachtgever.

Het veiligheids- en gezondheidsplan moet opgesteld worden wanneer de veiligheidscoördinatie verplicht is.

Het is bovendien steeds verplicht als er bepaalde werken voorzien zijn die als gevaarlijk of met een verhoogd risico worden beschouwd (vb. gevaren van bedelving, valgevaar van 5 meter of meer, graven of werken aan putten van meer dan 1,2 meter diepte, werken in de nabijheid van drijfzand of slib, ondergrondse werken en tunnelwerken, werkzaamheden onder overdruk, met duikuitrusting, met springstoffen, met (de)montage van geprefabriceerde elementen,…).

Het veiligheids- en gezondheidsplan is bovendien verplicht voor de bouwplaatsen:

- waarvan de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan 30 werkdagen en waar meer dan 20 werknemers tegelijkertijd aan het werk zijn, of
- waarvan het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen.

Voor de andere bouwplaatsen (waar dus geen werken met een verhoogd risico uitgevoerd worden, of waarvan de duur minder is dan hierboven vermeld) volstaat een ‘vereenvoudigd’ veiligheids- en gezondheidsplan.

Dit ‘vereenvoudigd’ veiligheids- en gezondheidsplan moet het volgende bevatten:

- administratieve informatie (namen en adressen van de opdrachtgever(s), bouwdirecties en aannemers, coördinator-ontwerp en -verwezenlijking);
- de inventarisatie van de gevaren en de risico-evaluatie;
- de maatregelen ter voorkoming van de risico’s als gevolg van de werkuitvoering en de wederzijdse inwerking van de activiteiten van de diverse tussenkomende partijen;
- de preventiemaatregelen die in acht moeten genomen worden ten gevolge van de wederzijdse inwerking van installaties of activiteiten die zich niet noodzakelijk op de bouwplaats bevinden (vb. het openbaar of privé-transport van goederen of personen of de uitbating van een bestaand gebouw).

Dit veiligheids- en gezondheidsplan wordt aangepast door de coördinator aan de realiteit op het terrein, de alternatieve uitvoeringswijzen die de tussenkomende partijen voorstellen of de opmerkingen die ze naar voren brengen, onvoorziene omstandigheden, identificatie van onvoorziene risico’s of onvoldoende onderkende gevaren, wijzigingen aan het project, het optreden of het vertrek van tussenkomende partijen…

De opdrachtgever moet er voor zorgen dat het veiligheids- en gezondheidsplan deel uitmaakt van het bijzonder bestek, de prijsaanvraag of de contractuele documenten, en dat het daarin als een afzonderlijk en als dusdanig betiteld deel wordt opgenomen, en dat:

- de aannemers bij hun offertes een document voegen dat verwijst naar dit plan en waarin zij beschrijven op welke wijze zij het bouwwerk zullen uitvoeren om rekening te houden met het veiligheids- en gezondheidsplan;
- de aannemers in hun offertes een afzonderlijke prijsberekening voegen i.v.m. de door het plan bepaalde preventiemaatregelen en –middelen, inbegrepen de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen en –middelen;
- de coördinator-ontwerp de opdrachtgever kan adviseren inzake de overeenstemming (of niet-overeenstemming) van de door de aannemers voorgestelde uitvoeringswijze met de bepalingen van het veiligheids- en gezondheidsplan.

10. Wat is een risico-analyse?
Het opstellen van een risico-analyse is geen verplichting die opgelegd werd in het kader van de reglementering betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, maar bestond reeds ingevolge een uitvoeringsbesluit van de welzijnswet (1996): het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, verplicht de werkgever ertoe het gevoerde welzijnsbeleid te baseren op de risico-analyse en de preventiemaatregelen die daaruit voortvloeien.

De risico-analyse moet gebeuren op verschillende niveaus:

- de organisatie in haar geheel,
- elke groep van werkposten of functie, en
- op het niveau van het individu.

De elementen die in een risico-analyse terugkomen zijn steeds de volgende:

1. De verschillende activiteiten in deelactiviteiten opsplitsen (‘taakanalyse’).

2. Per deelactiviteit de mogelijke risico’s (“wat kan er allemaal mislopen?") inventariseren. Er moet nagegaan worden welke de mogelijke risico’s zijn voor de mens (werknemers, voorbijgangers,…), uitrusting (machines, toestellen,…), de omgeving (lawaai, weersomstandigheden,…) en producten.

3. De risico’s moeten geëvalueerd worden. Hoe ernstiger het risico, hoe sneller de nodige acties moeten ondernomen worden. Deze evaluatie kan op verschillende manieren gebeuren (vb. Kinney-methode).

4. Bij elk risico moeten mogelijke preventiemaatregelen opgesomd worden waarbij de volgende, wettelijk bepaalde hiërarchie, moet gevolgd worden: eerst maatregelen die erop gericht zijn het risico te elimineren, vervolgens maatregelen om het risico te beperken of om de mogelijke schade tot een minimum te beperken.

Risico-evaluatie mag geen éénmalig proces zijn. Het is een dynamisch proces dat opnieuw moet gebeuren telkens een verandering op de werkplek wordt ingevoerd, waardoor het (de) risico(’s) kan (kunnen) veranderen. Bijzondere momenten waarop in ieder geval een risico-evaluatie moet gebeuren, zijn:

- bij de invoering van nieuwe processen;
- bij de ingebruikname van nieuwe uitrusting of materialen (arbeidsmiddelen en producten);
- bij de veranderingen in de organisatie van het werk (procedures en werkmethoden);
- bij de invoering van nieuwe werksituaties, zoals nieuwe werkplaatsen of andere gebouwen;
- bij de tewerkstelling van nieuwe werknemers;
- telkens wanneer een ongeval of een bijna-ongeval gebeurd is.

11. Wat wordt bedoeld met het coördinatiedagboek?
Het coördinatiedagboek is het document of geheel van documenten dat door de coördinator wordt bijgehouden, en dat, op genummerde bladzijden, de gegevens en aantekeningen vermeldt betreffende de veiligheidscoördinatie en gebeurtenissen op de bouwplaats.

Het is verplicht van zodra er op de bouwplaats een veiligheidscoördinatie moet worden georganiseerd.

Het coördinatiedagboek moet de volgende elementen vermelden:

- administratieve informatie (namen en adressen van de tussenkomende partijen (vb. aannemers, zelfstandigen), het voorziene aantal werknemers en de voorziene duur van de werkzaamheden);
- alle gebeurtenissen, vaststellingen en beslissingen die voor het ontwerp en de verwezenlijking van het bouwwerk van belang zijn;
- de opmerkingen gemaakt aan de tussenkomende partijen en de gevolgen die ze eraan gegeven hebben;
- de opmerkingen van de aannemers, aangevuld met het visum van de betrokken partijen;
- de gevolgen gegeven aan de opmerkingen van de tussenkomende partijen en van de werknemersvertegenwoordigers;
- de tekortkomingen van de tussenkomende partijen ten opzichte van de algemene en bijzondere preventiebeginselen, of ten opzichte van het veiligheids- en gezondheidsplan;
- de ongevallen;
- de verslagen van de vergaderingen van de coördinatiestructuur.

Het coördinatiedagboek wordt geopend door de coördinator-ontwerp. Het wordt bijgehouden en aangevuld door de coördinator-ontwerp of –verwezenlijking, afhankelijk van de fase van de werken. Op het einde van de ontwerpfase moet de coördinator-ontwerp het coördinatiedagboek (alsook het veiligheids- en gezondheidsplan en het postinterventiedossier) overmaken aan de opdrachtgever of aan de persoon die belast was met zijn aanstelling (vb. de architect indien de opdrachtgever een particulier is).

12. Wat wordt bedoeld met het postinterventiedossier?
Dit dossier bevat de voor de veiligheid en gezondheid nuttige elementen waarmee bij eventuele latere werkzaamheden moet worden rekening gehouden en dat aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk.

Het bevat ten minste:

- de architecturale, technische en organisatorische elementen in verband met de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk;
- de informatie voor de uitvoerders van de te voorziene latere werkzaamheden, meer bepaald de herstelling, vervanging of ontmanteling van installaties of constructie-elementen;
- de relevante verantwoording van de keuzen in verband met de toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen.

Dit document is eveneens verplicht op alle bouwplaatsen waar een coördinatie moet worden georganiseerd. Het is aan de coördinator(en) om het dossier te openen, aan te vullen en bij te werken.

Op de bouwplaatsen met één aannemer is het daarentegen de opdrachtgever of een door deze laatste aangestelde derde die, in dit geval, een ‘vereenvoudigd’ postinterventiedossier moet opstellen. In dit geval moet het dossier betrekking hebben op de structuur, op de essentiële elementen van het bouwwerk of op toestanden die een aantoonbaar gevaar inhouden.

De opdrachtgever moet er ook op toezien dat het postinterventiedossier wordt aangepast aan de eventuele wijzigingen die tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk worden aangebracht.

13. Wanneer moet een coördinatiestructuur opgericht worden?
Een coördinatiestructuur moet opgericht worden op de bouwplaatsen waar 3 of meer aannemers gelijktijdig werken uitvoeren en:

- hetzij het vermoedelijk werkvolume meer dan 5000 mandagen bedraagt
- hetzij de geschatte totale prijs van de werken meer dan 2,5 miljoen euro (excl. BTW) bedraagt.

Op gemotiveerd verzoek van de coördinator-verwezenlijking organiseert de opdrachtgever een coördinatiestructuur op andere bouwplaatsen.

De bedoeling van de coördinatiestructuur is om bij te dragen tot de organisatie van de veiligheidscoördinatie door:

- te zorgen voor de vereenvoudiging van de informatie en de raadpleging van de verschillende tussenkomende partijen en van hun onderlinge communicatie;
- te zorgen voor een efficiënt overleg omtrent de toepassing van de preventiemaatregelen;
- te zorgen voor de regeling van elke betwisting of onduidelijkheid inzake de naleving van de preventiemaatregelen;
- adviezen inzake veiligheid en gezondheid uit te brengen.

De coördinatiestructuur is in essentie een overleg-, bemiddelings- en consultatieorgaan en moet zorgen voor de uitwisseling van de informatie. Het verenigt de verantwoordelijken (opdrachtgever, bouwdirectie belast met de (controle op de) uitvoering, de aannemers, een vertegenwoordiger van elk comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis, van elke syndicale afvaardiging van de op de bouwplaats aanwezige aannemers). De coördinatiestructuur wordt voorgezeten door de coördinator-verwezenlijking.

14. Welke taken heeft de coördinator-ontwerp?
In de ontwerpfase heeft de coördinator de volgende taken:

- het opstellen van het veiligheids- en gezondheidsplan;
- dit veiligheids- en gezondheidsplan aanpassen aan elke wijziging die aangebracht wordt aan het ontwerp;
- de elementen uit het veiligheids- en gezondheidsplan overmaken aan de tussenkomende partijen voor zover deze elementen hen betreffen;
- de personen die hem aangesteld hebben, adviseren inzake de overeenstemming van de beschreven uitvoeringswijzen met het veiligheids- en gezondheidsplan en hen in kennis stellen van eventuele niet-overeenstemmingen;
- het coördinatiedagboek en postinterventiedossier openen, bijhouden en aanvullen;
- het veiligheids- en gezondheidsplan, het coördinatiedagboek en het postinterventiedossier aan de opdrachtgever of aan de persoon die hem aanstelde (meestal de architect, in het geval de opdrachtgever een particulier is) overhandigen. Deze overdracht en het einde van de ontwerpfase moet hij noteren in het coördinatiedagboek en in een afzonderlijk document.

15. Welke taken heeft de coördinator-verwezenlijking?
In de verwezenlijkingsfase moet de coördinator:

- de tenuitvoerlegging coördineren van de algemene preventie- en veiligheidsbeginselen en deze coherent toepassen;
- het veiligheids- en gezondheidsplan toepassen;
- de samenwerking en de coördinatie organiseren van de aannemers, die tegelijkertijd of na elkaar op de werf opvolgen;
- de controle op de juiste toepassing van de werkprocedures coördineren;
- de nodige maatregelen treffen opdat alleen bevoegde personen de bouwplaats kunnen betreden;
- het veiligheids- en gezondheidsplan aanpassen en de nodige elementen hieruit aan de tussenkomende partijen overmaken;
- het coördinatiedagboek bijhouden en aanvullen;
- in het coördinatiedagboek de tekortkomingen (ten opzichte van de algemene en specifiek op de bouwplaats toepasselijke preventiebeginselen) van de tussenkomende partijen noteren en de opdrachtgever of de persoon die hem aanstelde, hiervan in kennis stellen;
- de opmerkingen van de aannemers in het coördinatiedagboek noteren en door hen laten viseren;
- de coördinatiestructuur samenroepen;
- het postinterventiedossier aanvullen in functie van het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan die voor de uitvoering van latere werkzaamheden van belang zijn;
- bij de (voorlopige) oplevering, de geactualiseerde documenten (veiligheids- en gezondheidsplan, coördinatiedagboek) en het postinterventiedossier overdragen aan de opdrachtgever of aan de persoon die hem aanstelde. Deze overdracht moet vastgesteld worden in een proces-verbaal, dat bij het postinterventiedossier wordt gevoegd.

16. Aan welke voorwaarden moet de coördinator voldoen?
Er is een volledig veiligheids- en gezondheidsplan
- Diploma
- nuttige beroepservaring
- aanvullende opleiding

Burgerlijk ingenieur
Hoger technisch onderwijs van universitair niveau (industrieel ingenieur
Hoger technisch onderwijs lange type (architect)
2 jaar
Preventieadviseur niveau 1, specifieke vorming niveau A of specifiek examen “A” als er een coördinatiestructuur moet zijn ingevolge de omvang van de bouwplaats
Preventieadviseur niveau 2, specifieke vorming niveau B of specifiek examen “B” in de andere gevallen.
Hoger technisch onderwijs korte type (graduaat): 5 jaar
Hoger secundair onderwijs: 10 jaar

Er is een vereenvoudigd veiligheids- en gezondheidsplan
Van universitair onderwijs tot graduaat: 1 jaar Geen bijkomende opleiding vereist.
Hoger secundair onderwijs: 3 jaar
Lager secundair onderwijs: 5 jaar

Onder ‘beroepservaring’ wordt verstaan:

- voor de functie van coördinator-ontwerp: een beroepservaring in verband met het ontwerp van een bouwproject of met engineering;
- voor de functie van coördinator-verwezenlijking: een beroepservaring i.v.m. de leiding van een tijdelijke of mobiele bouwplaats of het beheer en de opvolging van de werken op zulke bouwplaats.

Er is een afwijking wat betreft de te bewijzen beroepservaring indien het gaat om een bouwplaats die geen andere werken omvat dan de ondergrondse werken (= plaatsing van nutsleidingen en tussenkomsten op deze leidingen): de normaal vereiste ervaring wordt vervangen door een nuttige beroepservaring op het vlak van graafwerken, grondwerken en het plaatsen van nutsleidingen.

Bovendien moeten de personen die in aanmerking willen komen voor de functie van coördinator kunnen aantonen dat zij een voldoende kennis bezitten van de reglementering en de technieken inzake veiligheid en gezondheid op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (vb. VCA-leidinggevenden).

Voor de coördinatoren die nà 1 mei 2004 slagen in de opleiding preventieadviseur niveau I of II, komt hier nog een bijkomende module van 30 uren “aanvulling tot coördinator” bij.

De personen die op 1 mei 2001 reeds activiteiten inzake veiligheidscoördinatie uitvoeren (in principe kan dit ook een aannemer zijn of een van zijn medewerkers, vb. een project- of bouwplaatsleider), mogen de functie van coördinator verder blijven uitoefenen mits zij voldoen aan de ervarings- en diplomavoorwaarden en binnen een termijn van drie jaar (dus voor 1 mei 2004) met succes een erkende cursus aanvullende vorming preventieadviseur niv. 1 of 2 volgen of slagen in een specifiek examen. Bijkomend moeten zij vóór 1 mei 2002 een bewijs van inschrijving voor deze cursus of een door hen ondertekende verklaring op eer hebben voorlegd met de intentie om vóór 1 mei 2004 deel te nemen aan het specifieke examen.

De personen die op 1 mei 2001 een nuttige beroepservaring als coördinator inzake welzijn op het werk van minstens 15 jaar bezitten, doch niet voldoen aan de vereiste inzake het basisdiploma (secundair of hoger onderwijs), mogen hun coördinatieactiviteiten verder zetten, indien zij onder hoger genoemde voorwaarden vóór 1 mei 2004 slagen in de opleiding of in het examen.

De personen die op 1 mei 2001 nog geen coördinatieactiviteiten inzake welzijn hebben uitgevoerd en niet voldoen aan de vereiste inzake het basisdiploma (secundair of hoger onderwijs), maar die wel kunnen aantonen over ten minste 15 jaar nuttige beroepservaring te beschikken, alsmede een voldoende kennis hebben van de reglementering en technieken inzake welzijn, mogen tot 1 mei 2004 deelnemen aan het specifiek examen voor coördinatoren. Na hierin te zijn geslaagd, kunnen zij ook de functie van coördinator-ontwerp, van coördinator-verwezenlijking of van beiden uitoefenen, afhankelijk van de aard van hun beroepservaring.

Personen die het vereist aantal jaren beroepservaring niet, of niet geheel, hebben, kunnen vanaf 1 mei 2001 als adjunct van een coördinator starten op voorwaarde dat zij voldoen aan de eisen in verband met het basisdiploma (secundair of hoger onderwijs) en de aanvullende vorming. Na in deze hoedanigheid het aantal jaren ervaring te hebben opgedaan (onder leiding en verantwoordelijkheid van een coördinator), gelijk aan het aantal jaren nuttige beroepservaring inzake het ontwerpen van gebouwen of het opvolgen van de bouwwerkzaamheden, kan de adjunct zelf overgaan tot het vervullen van de functie van coördinator.

De modaliteiten inzake de aanvullende vorming van de veiligheidscoördinatoren werden omschreven in het KB van 19 december 2001 (B.S. 30 januari 2002).

17. Kan de aannemer optreden als veiligheidscoördinator?
De voorwaarden om op te treden als coördinator zijn de diploma-, ervarings- en opleidingsvereisten (zie hoger). De aannemer kan dus als coördinator optreden indien hij door de opdrachtgever wordt aangesteld. Eventueel kan de coördinator ook de architect zijn, een studiebureau, een zelfstandig ingenieur, een personeelslid van de aannemer,…

De functie van coördinator-ontwerp en coördinator-verwezenlijking mag ook door één enkel persoon uitgeoefend worden.

De aanstelling van de coördinator maakt het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst tussen de coördinator en degene die hem aanstelt. Wanneer de coördinator een werknemer van de opdrachtgever of van de betrokken bouwdirectie is, moet de aanstelling gebeuren op basis van een door de partijen ondertekend document.

Deze overeenkomst of dit document bepalen de regels voor het vervullen van de opdrachten van de coördinator en de hem ter beschikking gestelde middelen. Het mag geen clausules bevatten die de verantwoordelijkheden die aan de andere tussenkomende partijen toekomen, geheel of gedeeltelijk aan de coördinator overdragen.

18. Waar vindt men een veiligheidscoördinator?
u hebt hem gevonden op deze website, klik op contact

19. Welke boetes of sancties kunnen opgelegd worden?
Het toezicht op de naleving van de bepalingen van het KB tijdelijke of mobiele bouwplaatsen wordt uitgevoerd door de Technische en Medische inspectie. Degene die het toezicht verhindert kan worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot drie maanden en/of met een geldboete van 50 tot 1000 euro (x 5).

Met een gevangenisstraf van 8 dagen tot één jaar en/of met een geldboete van 50 tot 1000 euro (telkens x 5) kan worden gestraft:

- de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met het ontwerp, hun lasthebbers of aangestelden die hun verplichtingen niet hebben nageleefd;

- de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met het ontwerp, hun lasthebbers of aangestelden die geen of onvoldoende toezicht hebben gehouden op de door de coördinatoren tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp na te leven verplichtingen.

Indien de bepalingen van toepassing tijdens de fase van de verwezenlijking worden overtreden, bedraagt de maximum geldboete 2000 euro (x 5). Dezelfde straffen kunnen opgelegd worden aan de aannemers, onderaannemers, hun lasthebbers of aangestelden.

Zelfstandigen die hun verplichtingen niet nakomen kunnen worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot één jaar en/of met een geldboete van 26 tot 500 euro (x 5).

In geval van herhaling binnen drie jaar te rekenen van de vroegere veroordeling, wordt de straf verdubbeld.

20. Heeft deze regelgeving ook impact op de verzekering van de aannemer?
De coördinator is zelf aansprakelijk voor de goede uitvoering van zijn opdracht. Degene die de coördinator moet aanstellen (in de regel de opdrachtgever) draagt de eindverantwoordelijkheid voor de goede uitvoering van de veiligheidscoördinatie.

De aannemer is dus zelf aansprakelijk voor de coördinatie, indien hij deze zelf uitvoert. Daarnaast is de aannemer ook aansprakelijk voor de naleving van de veiligheidsmaatregelen door zijn onderaannemers. Uiteraard blijft de aannemer ook steeds aansprakelijk voor zijn eigen personeel.

De persoon die de functie van coördinator als zelfstandige uitoefent, is verplicht een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, waarvan de dekking rekening moet houden met de omvang en de risico’s van de bouwplaatsen waar hij zijn functie uitoefent.

Indien een werknemer de functie van coördinator uitoefent, moet zijn werkgever deze verzekering afsluiten.

21. Wat met de arbeidsongevallenverzekering?
De werkgever is verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten voor zijn werknemers. Deze verzekering dekt de ongevallen van zijn personeelsleden. In principe is er geen regres (verhaal) van de verzekeringsmaatschappij op de werkgever, tenzij er sprake zou zijn van opzettelijke fout. Deze arbeidsongevallenverzekering dekt uiteraard niet de ongevallen die de arbeiders van andere werkgevers, actief op de werf, zouden overkomen. Wanneer een andere werkgever hiervoor aansprakelijk zou zijn, is dit desgevallend gedekt door een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering.

Bij de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering moet u nagaan of er eveneens dekking is voor fouten ingevolge de nieuwe wetgeving m.b.t. het KB tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. Wat bv. als een ongeval werd veroorzaakt omdat men verzuimde een veiligheidscoördinator aan te stellen en deze verplichting rustte op de aannemer? Is de aannemer daarvoor wel verzekerd? Wat als men als aannemer optreedt als coördinator en men begaat een fout waardoor er een ongeluk wordt veroorzaakt?