Aanpak preventie

Het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

Artikel 5 van de welzijnswet legt aan de werkgever de algemene verplichting op de nodige maatregelen te treffen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.  Hij moet daarbij de preventiebeginselen in acht nemen. Deze beginselen zijn overgenomen uit de kaderrichtlijn "veiligheid en gezondheid". 

  • risico's voorkomen;
  • evaluatie van risico's die niet kunnen worden voorkomen;
  • bestrijding van de risico's bij de bron;
  • vervanging van wat gevaarlijk is door dat wat niet gevaarlijk of minder gevaarlijk is;
  • voorrang aan maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming;
  • aanpassing van het werk aan de mens, met name wat betreft de inrichting van de werkposten en de keuze van de werkuitrusting en de werk- en productiemethoden, met name om monotone arbeid en tempogebonden arbeid draaglijker te maken en de gevolgen daarvan voor de gezondheid te beperken.

Zij worden aangevuld of nader bepaald door de volgende beginselen:

  • zo veel mogelijk de risico's inperken, rekening houdend met de ontwikkelingen van de techniek;
  • de risico's op een ernstig letsel inperken door het nemen van materiële maatregelen met voorrang op iedere andere maatregel;
  • de informatieplicht t.a.v. de werknemers en de noodzaak passende instructies te verschaffen;
  • de planning van de preventie en de uitvoering van het welzijnsbeleid met het oog op een systeembenadering;
  • het vaststellen van de middelen voor het welzijnsbeleid en het vaststellen van de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de personen die belast zijn met de toepassing van dit beleid.

Deze preventiebeginselen worden als volgt samengevat: "Het principe van risico-evaluatie staat centraal.  Het komt erop aan te onderzoeken aan welke risico's een werknemer kan worden blootgesteld.  Na de identificatie van de risico's dient men deze te evalueren en desnoods maatregelen te nemen om risico's te voorkomen, ze bij de bron uit te schakelen of te verminderen.  In deze gevallen wordt ingewerkt op het risico zelf.  Daarnaast zijn er ook meer algemene preventiemaatregelen, zoals de keuze van collectieve beschermingsmiddelen boven individuele.  Het is steeds belangrijk in te werken op de materiële omstandigheden zelf.  Risico's moeten worden beperkt.  Nulrisico bestaat echter niet.  Er blijven restrisico's over die dan maatregelen in verband met opleiding en informatie van de werknemers vergen.  Bovendien moet dit beleid geïntegreerd worden in het volledige management van de onderneming.  In dat kader moet ook het beleid inzake het welzijn van de werknemers regelmatig opnieuw geëvalueerd worden en moet de werkgever de doelstellingen, middelen en verantwoordelijkheden voor de realisatie van de preventie nader bepalen".

De algemene beginselen betreffende de risicoanalyse, de preventieregels, de verplichtingen van de hiërarchische lijn, de regels inzake informatie en vorming van de werknemers en de maatregelen die moeten worden genomen bij noodsituaties, zijn nader omschreven in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

De relaties tussen de verschillende betrokken partijen en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden kunnen als volgt worden samengevat:

  • de werkgever staat er voor in dat er een welzijnsbeleid wordt gevoerd in de onderneming. Zoals bepaald in het koninklijk besluit inzake het welzijnsbeleid, is elke werkgever verantwoordelijk voor de structurele planmatige aanpak van preventie door middel van een dynamisch risicobeheersingsysteem.  Hij moet het algemeen beleid uitstippelen, instructies geven aan het leidinggevend personeel over de uitvoering van het beleid.  Hij draagt daarvoor de volledige eindverantwoordelijkheid.
  • de leden van de hiërarchische lijn, dat wil zeggen de leidinggevenden zowel op hoog niveau als op laag niveau, van manager tot ploegbaas, voeren elk binnen hun bevoegdheid en op hun niveau het beleid van de werkgever met betrekking tot het welzijn van de werknemers uit. Hun verplichtingen zijn omschreven onder artikel 13 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
  • de preventieadviseurs geven advies over alle aangelegenheden die betrekking hebben op het welzijnsbeleid en staan alle betrokken partijen bij.  Zij dragen een beroepsverantwoordelijkheid.
  • de werknemers hebben de verplichting mee te werken aan de uitbouw van het beleid van de werkgever.  Hun verplichtingen worden opgesomd in artikel 6 van de wet.  Dat artikel is een overname van artikel 13 van de kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid. Deze verplichting kwam reeds voor in artikel 17,4° van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, maar wordt hier overgenomen omdat het toepassingsgebied van deze wet veel ruimer is.  De verplichtingen van de werknemers kunnen bij koninklijk besluit nader worden bepaald met toepassing van of ter voorkoming van specifieke risicovolle situaties. Men denke hierbij aan de specifieke situatie van de huisarbeid.